Donkere wolken bedreigen het tweede huwelijk van Mr. de Winter. Vooral door de drijverijen van de kamenier van de overleden eerste vrouw Rebecca, wordt deze nagedachtenis steeds maar opgerakeld. Deze toestand wordt voor de tweede Mevrouw de Winter bijna onhoudbaar, want Rebecca wordt zodanig als de iedale vrouw opgehemeld, dat ze er van overtuigd wordt dat Mr. de Winter nog steeds Rebecca bemint. De spannende ontknoping van het stuk laat ons tenslotte toch een gelukkig paar zien, dat vol vertouwen de toekomst tegemoet ziet.